Europeanen moeten zich veilig voelen

Onze wereld is een wereld van verandering. Oude bondgenoten nemen afstand van Europa, oude rivalen bedreigen opnieuw ons continent. Er doen zich nieuwe dreigingen voor en dankzij nieuwe technologieën krijgen criminelen nieuwe mogelijkheden.  In het licht van deze nieuwe bedreigingen vormt de EU een veilige haven van vrede, stabiliteit, vrijheid en democratie. DE EVP-fractie blijft het voortouw nemen om de burger te beschermen. Onze prestaties van de afgelopen vijf jaar hebben ons continent veiliger gemaakt, maar we kunnen en moeten nog meer doen.

Terrorismebestrijding

Ongeacht hun politieke ideologieën, godsdienstige overtuigingen of separatistische ambities, de acties van terroristen zijn misdaden en moeten gestopt worden. Terroristen, of ze nu individueel te werk gaan of lid zijn van een haatgroep, kennen geen grenzen. Daarom moeten wij hier ook buiten onze grenzen op reageren.

(1) Samenwerking en uitwisseling van informatie

  • We kunnen voor beveiliging zorgen met de systemen en instrumenten die we sinds 2014 gebruiken, maar we moeten meer doen. Ons doel is om de onderlinge uitwisselbaarheid van de Europese informatiesystemen uit te diepen en een uniek portaal te ontwerpen waarlangs wetshandhavers toegang hebben tot informatie uit alle Europese databanken.
  • We moeten de rol van EUROPOL, als efficiënt knooppunt voor de uitwisseling van politie-informatie, versterken.
  • We moeten pleiten voor een vernieuwing van de antiterrorismestrategie om instrumenten met een gelijkaardige functie in de EU te stroomlijnen.
  • We moeten vertrouwen opbouwen door dagelijkse samenwerking en gezamenlijke operaties; informatie uitwisselen is hierbij cruciaal. We moeten zowel gecentraliseerde als gedecentraliseerde Europese informatiesystemen van genoeg kwaliteitsvolle data uit de lidstaten voorzien om terroristen te identificeren en op te sporen. De interoperabiliteit en gedecentraliseerde toegankelijkheid van deze systemen moeten beter worden en we moeten ervoor zorgen dat de uiteindelijke gebruikers (de wetshandhavers) de informatie in bruikbaar formaat krijgen.
  • Internationale samenwerking en interactie met derde landen zijn van essentieel belang, aangezien georganiseerde misdaad en terrorisme enkel op wereldwijd niveau efficiënt bestreden kunnen worden.
  • Biometrie (vingerafdrukken en gezichtsherkenning) is van wezenlijk belang om valse en dubbele identiteiten aan het licht te brengen.
  • We moeten mensen bewustmaken van en voorbereiden op chemische, biologische, radiologische of nucleaire aanvallen (CBRN-aanvallen). Eerstehulpverleners moeten daarin getraind worden en de civiele verdedigingsplanning moet versterkt worden. We moeten leren van de aanval in Salisbury.

(2) De middelen saboteren

Het is van essentieel belang dat we:

  • De samenwerking bevorderen tussen financiële-inlichtingeneenheden, om illegale geldstromen gemakkelijker te ontdekken en op te sporen. We moeten verdachte gelstromen in het SEPA-systeem controleren. Zo kunnen we een programma voor SEPA ontwerpen om terrorismefinanciering te traceren (TFTP), naar het voorbeeld van het TFTP in de Verenigde Staten.
  • Aandringen voor de uitvoering van de vijfde anti-witwas richtlijn.
  • Aandringen voor een spoedige overeenkomst waarmee politiële en gerechtelijke autoriteiten ongeacht hun locatie toegang hebben tot elektronische data die in real time opgeslagen of verwerkt worden op onlineplatformen. Dit is nodig om onderzoek te voeren naar terroristen en criminelen en ze te vervolgen en veroordelen.
  • Aandringen voor de verbeurdverklaring van goederen die het resultaat zijn van illegale activiteiten. Misdaad mag niet renderen.
  • Voorzien van betere training om explosieven te detecteren en verdachte transacties op te sporen, vooral bij onlineaankopen; we moeten de handel/illegale aankoop van zowel explosieven en vuurwapens alsook munitie verder doen afnemen door Richtlijn 2017/853/EU volledig in praktijk te brengen.
  • Een snelle tenuitvoerlegging van de terrorismerichtlijn verlangen om terroristische misdrijven (inclusief het plannen ervan) in de hele EU te criminaliseren zodat gelijkaardige misdrijven gelijkaardig bestraft worden.

(3) Preventie en bestrijding van radicalisering

  • Migranten moeten zich integreren in hun opvanglanden.
  • Integratie is niet gelijk aan assimilatie, maar iedereen die in de EU wil wonen, moet actief moeite doen om te integreren.
  • Parallelle gemeenschappen in Europa moeten uiterst streng bestreden worden. Wie zich tegen de Europese waarden verzet en geweld en extremisme promoot, mag niet op gratie kunnen rekenen.
  • Eenieders rechten moeten gerespecteerd worden, maar het is ook fair en redelijk om van iedereen die binnen de Unie woont, te verwachten dat ze de waarden, tradities en verplichtingen respecteren waarop de Unie gebouwd is.
  • Onze Unie is afhankelijk van de goede werking van de rechtsstaat. Als die op een bepaalde plaats in het gedrang komt, riskeert hij overal in te storten.
  • Terugkeer/uitzetting naar het land van herkomst is, met inachtneming van het internationaal recht en het beginsel van non-refoulement, het laatste, maar logische antwoord als onze grondrechten niet worden nageleefd en onze wetten worden overtreden
  • We moeten lokale strategieën financieren voor buurtpolitie, empowerment van jongeren en onderwijs. Dit is fundamenteel om radicalisering tegen te gaan; het is bewezen dat deze aanpak beter werkt dan een gecentraliseerde aanpak.
  • We benadrukken het belang van voldoende financiering voor deradicaliseringsprogramma's in gevangenissen, want gevangenissen zijn broeinesten van religieus extremisme. We moeten de aanstelling van gematigde en onafhankelijke gevangenisimams promoten. Zij kunnen religieuze en spirituele diensten verlenen en optreden als adviseur en gesprekspartner voor moslimgevangenen (dit gebeurt al voor andere religies).
  • Terroristische onlinecontent moet tegengehouden worden. Bedrijven zijn verantwoordelijk voor wat op hun platformen verschijnt en moeten terroristische en illegale boodschappen die online verschijnen onmiddellijk verwijderen.
  • We moeten een efficiënte tegenaanpak ontwikkelen: het internet biedt kansen om mensen te bereiken, om hun standpunten in een kritisch daglicht te stellen en om hen van extremisme weg te houden.
  • We moeten goede praktijken uitwisselen met derde landen over hoe we op efficiënte wijze strategieën tegen radicalisering kunnen opzetten en uitvoeren en radicale ideeën de kop kunnen indrukken.

(4) Slachtoffers van terrorisme

  • We zetten ons resoluut in voor het recht van slachtoffers op gerechtigheid en waardigheid en hun recht te worden herdacht. We willen een "verordening voor slachtoffers van terrorisme" die alle slachtoffers automatisch toegang geeft tot zorg en financiële steun en die minimumnormen stelt voor snelle en effectieve hulp. Die slachtoffers werden immers geviseerd op grond van waarden waar wij allemaal voor staan.
  • We willen één enkel toegangspunt voor informatie en advies voor slachtoffers creëren. Slachtoffers moeten ook psychologische bijstand en advies kunnen krijgen via de beschikbare ondersteuningsdiensten. In de toekomst moet dit centraal gecoördineerd worden in een Europees ondersteuningscentrum voor slachtoffers.
  • We verzoeken de lidstaten rechtsmechanismen op te zetten voor de strafbaarstelling van de verheerlijking van een specifieke terroristische daad als deze verheerlijking de slachtoffers vernedert en kan leiden tot secundaire slachtofferschap door de waardigheid en het herstel van de slachtoffers te beschadigen.
  • We moeten met de media in gesprek gaan opdat zij in de nasleep van een aanslag maatregelen van zelfregulering aannemen om de bescherming van het privéleven van slachtoffers en hun familie te garanderen.

Onze grenzen beschermen

We moeten onze buitengrenzen beter controleren. We zijn ervan overtuigd dat beter beschermde buitengrenzen van de EU cruciaal zijn om onze burgers veilig te houden, om de migratiecrisis in de hand te houden en om de paspoortvrije Schengenzone te behouden. De buitengrenzen van de EU zijn gemeenschappelijke grenzen, dus wij dringen aan op collectieve en gezamenlijke actie van nationale en EU-autoriteiten. We moeten onze procedures harmoniseren. Onze grensbewakingseenheden moeten ervoor zorgen dat we weten wie de EU binnenkomt en verlaat. Verder moeten mensen die internationale bescherming nodig hebben, een asielprocedure kunnen opstarten (terwijl zij die niet geschikt zijn bevonden, teruggestuurd moeten worden) en moet worden teruggestuurd wie hier niet voor in aanmerking komt. Efficiënte controle van onze buitengrenzen is van fundamenteel belang, maar de volledige keten moet functioneren. Het is niet voldoende om de mensen te identificeren die illegaal onze buitengrenzen oversteken, er moet ook een terugkeerstelsel zijn dat werkt.

(1) Geïntegreerd grensbeheer

  • We eisen dat de goedgekeurde grensbeheermaatregelen volledig worden uitgevoerd. Momenteel volgen lidstaten de regels niet, waardoor het systeem imperfect is. We moeten samenwerken om dit aan te pakken.
  • Het is uitermate belangrijk dat de Europese grens- en kustwacht een upgrade krijgt waarbij de operationele capaciteit van het agentschap wordt uitgebreid met een korps van 10 000 Europese grenswachters dat over een eigen uitrusting beschikt.
  • Om lopende acties te steunen, moeten we financiële hulp en training voorzien voor een groter aantal nationale grenswachters in de lidstaten die langs onze buitengrenzen liggen.
  • We moeten de grenscontroleprocedures versterken door nieuwe Europese IT-systemen te optimaliseren en onderling met elkaar te verbinden. Ook moeten we een gemeenschappelijk identiteitsregister invoeren met een gemeenschappelijk systeem voor biometrische matching en gezichtsherkenningstechnologie zodat alle mensen die de EU langs de buitengrenzen binnenkomen grondig gecontroleerd kunnen worden.
  • Er moet een gemeenschappelijk toegangsmechanisme komen om bij grenscontroles alle in verschillende systemen beschikbare informatie te ontgrendelen. We moeten weten wie onze grenzen oversteekt.
  • We moeten zorgen voor operationele interoperabiliteit tussen de instanties die de buitengrenzen bewaken en de rechtshandhavinginstanties in de Schengenzone, om niet-toegestane secundaire bewegingen, illegale immigratie en misdaad buiten onze grenzen tegen te gaan.
  • In de Schengenzone moet men vrij kunnen blijven bewegen, want zo is er meer beveiliging aan onze buitengrenzen, niet minder. De lidstaten moeten echter hun verplichtingen aan de buitengrenzen nakomen opdat Schengen functioneert en opdat we het vertrouwen van de bevolking in onze gemeenschappelijke ruimte kunnen herstellen.
  • Lidstaten moeten bereid zijn meer politiecontroles voor illegale immigratie in te voeren en moeten internationale misdaad bestrijden met doelgerichte controles.
  • We hebben een Europees Terugkeerbevelschrift nodig. Een onderdaan van een derde land ten aanzien van wie een terugkeerbesluit is genomen, moet daadwerkelijk terugkeren. We moeten het administratieve, technische en operationele vermogen van de lidstaten samenbrengen om van de uitvoering van terugkeerbesluiten een integrerend deel van de keten van migratiebeheer te maken. Beslissingen van een bepaalde lidstaat zouden ook door een andere lidstaat moeten kunnen worden uitgevoerd.

(1a) Opvangcentra in derde landen

  • Wat humanitaire behoeften betreft, moeten er goed uitgeruste opvangcentra worden opgericht in doorreislanden en veilige derde landen, of moeten dergelijke centra uitgebreid worden. Vluchtelingen en migranten moeten daar blijven tot er een beslissing wordt genomen over hun asielstatus. Als de beslissing negatief is, moeten ze terugkeren. De opvangcentra moeten onder leiding staan van de EU, met bewakers en opzichters die door EU-experten getraind zijn.
  • We moeten ons buigen over het concept van ontschepingslocaties op veilige plekken buiten de EU verkennen. Daar zou iedereen die uit de zee gered wordt, onmiddellijk heen gebracht worden, rekening houdend met alle humanitaire overwegingen. Vervolgens zouden EU-experts op deze locaties hun asielaanvraag verwerken, op basis van de EU-normen. In het geval van een negatieve beslissing, zouden de migranten in overeenstemming met de internationale waarborgen teruggebracht worden naar hun land van oorsprong. Bij een positieve beslissing worden ze hervestigd.

(2) Intensievere politiële samenwerking

  • Als we het totaalbeeld van zware en georganiseerde misdaad en terrorisme in Europa bekijken, is er nauwere samenwerking tussen Europol, Cepol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) nodig
  • Internationale politiële samenwerking is uitermate belangrijk om dreigingen voor de interne veiligheid af te wenden. Taaltraining, gemeenschappelijke procedures en gezamenlijke patrouilles moeten worden aangemoedigd bij politiediensten die langs de interne grenzen van de EU actief zijn.

(3) Samenwerking met derde landen

De grenzen van de Europese Unie bevinden zich niet langer aan de kust van de Middellandse Zee, maar aan de rand van de Sahara. Om onze grenzen in het Zuiden te beveiligen, moeten we een goed evenwicht tussen ontwikkelingssamenwerking en militaire samenwerking vinden. Economische hulp moet gekoppeld worden aan een beleid van terugkeer en overname. We moeten de inspanningen van de EU op het vlak van training en uitrusting opvoeren om de capaciteiten van onze partners te vergroten. Alleen al door lokale partners bevoegdheden te geven, beschermen we onze burgers ten zuiden van de Sahel.

  • Op het gebied van grensbeheer moet er praktische samenwerking met derde landen komen. Het inzetgebied moet groter worden zodat Frontex ook activiteiten kan uitvoeren aan de buitengrenzen van die derde landen.
  • Grenscontroles langs de kust moeten worden uitgebouwd tot grensdoorlaatposten van derde landen.
  • Er mogen geen visa meer worden verleend voor landen die geen medewerking verlenen op het vlak van terugname.

Een veilige en betrouwbare cyberspace

Mensen moeten zich niet enkel op straat of thuis beschermd voelen, maar ook online. In de digitale wereld moet er vrij verkeer van goederen en diensten zijn, en ook van informatie. Desinformatie, nepnieuws en propaganda vormen een gevaar voor onze collectieve veiligheid, omdat ze het vertrouwen van de burger in hun instellingen aan het wankelen brengen. Europa moet met haar industriële basis het voortouw nemen op het vlak van cyberveiligheid, om de veiligheid van consumptiegoederen en industriële toepassingen te bewaren, om essentiële infrastructuur te beveiligen en om de informatiestroom eerlijk te houden.

(1) We geloven in cyberveiligheid

  • We moeten het agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa)versterken met passende financiering en middelen, want actieve samenwerking is onmisbaar voor doeltreffend cyberbestuur.
  • Voor zowel private als publieke entiteiten moet het een verplichting worden om Enisa op de hoogte te stellen van cyberaanvallen.
  • Enisa moet cyberaanvallen proactief kunnen onderzoeken en gezamenlijke actie in Europa kunnen plannen op basis van de beste praktijken, kennis en tools om bedreiging tegen te gaan en inbreuken op de beveiliging te melden.
  • We zijn voorstander van een Europees ICT-beveiligingskader om gemeenschappelijke beveiligingsnormen en een gemeenschappelijke certificering en etikettering te ontwikkelen.
  • We pleiten voor een risico-gebaseerde aanpak om samen met onze private en publieke partners bedreigingen op te vangen.
  • We willen een gemeenschappelijk EU-rechtskader ontwikkelen met geharmoniseerde oplossingen voor een markt-gestuurde cyberbeveiligingscertificering om cybercrime (vooral op het deepweb en darkweb) en cyberaanvallen in alle lidstaten te onderzoeken en gerechtelijk te vervolgen.
  • We moeten van de bestaande cyberunit van Europol een echte EU-cyberbrigade maken, zodat we onszelf beter kunnen verdedigen.

2. We geloven in informatie, niet in desinformatie

  • Online nepnieuws moet tegengehouden worden. We moeten een preventief publiek-privaat partnerschapskader creëren om nepnieuws snel te verwijderen en om de financiële stimulansen te verminderen voor al wie geld slaat uit nepnieuws, met name door ervoor te zorgen dat er geen reclamemiddelen aan nepnieuws besteed worden.
  • Om bots en nepaccounts op sociale media tegen te gaan, moeten we aandringen op registratie met de echte naam.
  • We moeten samenwerken met bedrijven om algoritmen voor het algemeen belang te ontwerpen, zodat berichten op sociale media beter onafhankelijk kunnen worden gecontroleerd.
  • We moeten samenwerken met journalistenverenigingen en factcheckorganisaties om voor de hele EU een transparant EU-factcheckplatform op te richten zodat burgers de mogelijkheid hebben om dingen zelf te controleren.

Conclusie

In een veranderende wereld moet de EU een baken van stabiliteit blijven. Ons beleid moet gebaseerd zijn op vrede, welvaart en partnerschap, voor ons en onze buren.

Om vrede te waarborgen moeten we onze grenzen beveiligen; we moeten onszelf kunnen verdedigen, zowel in de cyberspace als in de realiteit. We moeten binnen de EU vaker, sneller en beter samenwerken en onszelf de middelen geven om dit doeltreffend te doen. We moeten echter ook andere landen helpen zodat zij zichzelf kunnen helpen en ons op hun beurt weer kunnen helpen om in veiligheid te blijven.

Als onze partners niet delen in onze welvaart en onze vrede, is onze veiligheid op lange termijn een illusie. De problemen van onze buren worden onze problemen; om langdurige veiligheid te bekomen, moeten we bedenken hoe we tijdig kunnen investeren, hoe we duurzaamheid kunnen ontwikkelen en hoe we onze omgeving blijvend kunnen stabiliseren.