Standpuntnota: Een modern, sociaal Europa

Deze inhoud is ook beschikbaar in

Onze waarden, principes en visie

Onze kijk op de samenleving en de economie is gebaseerd op onze christelijke waarden en het vaste geloof dat mensen vrij zijn en centraal moeten staan in de sociale markteconomie. Onze kernwaarden zijn verantwoordelijkheid, respect, solidariteit en rechtvaardigheid, zoals beoogd door Robert Schuman, Alcide de Gasperi, Jean Monnet en Konrad Adenauer, de grondleggers van de Europese Gemeenschappen die tot onze politieke familie behoorden.

We geloven in het Europese sociale model als grondslag van de sociale markteconomie. We willen het sociaal welzijn en het concurrentievermogen verbeteren en beschermen en voortdurend aanpassen aan een snel veranderende wereld. Artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) stelt het kader vast waarin concurrentiekracht bijdraagt tot sociale rechtvaardigheid en waarin sociale rechtvaardigheid de concurrentiekracht bevordert. Zoals vastgesteld in artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geloven wij dat de Europese Unie bij de bepaling en uitvoering van haar beleid en optreden altijd rekening moet houden met sociale benodigdheden.

Het doel van het sociaal beleid is eerst en vooral de burgers instrumenten aan te reiken om zelfredzaam te worden en te blijven. Het sociaal beleid moet worden bekeken als een investering die op lange termijn rendement oplevert in de vorm van autonome en op eigen kracht steunende burgers, en die kosten voor langdurige afhankelijkheid van overheidssteun voorkomt.

We geloven dat er moet worden afgerekend met extremisme en populisme in de EU en ook in de regio's die een crisis doormaken opdat de mensen in hun eigen land mooie kansen worden geboden. De eengemaakte markt is een van de belangrijkste fundamenten waarop de Unie gegrondvest is en de goede werking ervan vormt de basis voor het economisch herstel in Europa. Arbeidsmobiliteit is in dit verband bijzonder belangrijk, als bron van de Europese concurrentiekracht.

Net zoals op andere domeinen (van de milieuwetgeving tot de eengemaakte markt en het stabiliteits- en groeipact) dringen we aan op de volledige en samenhangende toepassing en handhaving van nationale en EU-voorschriften - onder meer collectieve overeenkomsten - door alle belanghebbenden. De eerbiediging van de wet is een eerste vereiste voor een goed functionerende en eerlijke eengemaakte markt.

We zijn ervan overtuigd dat onze sociale markteconomie sterk gekoppeld is aan een doeltreffende sociale dialoog. In dit opzicht steunen wij de verbintenis van de Europese Commissie en haar voorzitter om de Europese sociale dialoog opnieuw op gang te brengen. We benadrukken ook dat de sociale dialoog, in overeenstemming met de artikelen 9 en 152 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling en uitvoering van het EU-beleid. De sociale partners moeten aan het beleid kunnen deelnemen via een zinvolle sociale dialoog. Dat is van groot belang voor het evenwicht tussen concurrentiekracht en billijkheid waarbij vorm wordt gegeven aan een evenwichtig, modern sociaal beleid voor de EU dat inspeelt op de behoeften van werknemers en werkgevers. De EVP-Fractie moedigt de sociale dialoog aan met behulp van onlinemiddelen die de participerende democratie versterken.

1. Ontwikkeling van de werkgelegenheid

Werkgelegenheid, goed opgeleide werknemers en ondernemerschap staan bovenaan onze agenda. We vragen de lidstaten om optimaal gebruik te maken van de beschikbare nationale en Europese beleidsmaatregelen en financiële kaders om goed functionerende economieën en arbeidsmarkten te ontwikkelen en om investeringen in mensen en het scheppen van banen te bevorderen.

1.1 EU-fondsen

Met hun budget van 86 miljard euro zijn het Europees Sociaal Fonds en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief de belangrijkste instrumenten van de Europese Unie voor de integratie en herintegratie van werknemers op de arbeidsmarkt. We vragen doelgerichte en vereenvoudigde maatregelen die de lidstaten moeten helpen beter gebruik te maken van de financiële middelen waarop ze een beroep kunnen doen via het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief - allemaal essentiële instrumenten om de inzetbaarheid van de Europeanen te vergroten.

1.2 Onderwijs, aanpassing van vaardigheden en opleiding

We geven voorrang aan investeringen die het onderwijs een stimulans geven, onder meer duaal onderwijs, talenonderwijs (ook talen uit de omringende landen), opleidingen, praktijkopleidingen, vaardigheden, inzetbaarheid en ondernemerschap in Europa via programma's en platformen zoals Erasmus+ en EURES, die miljoenen Europeanen kansen bieden om nuttige ervaring op te doen. We zijn ook voorstander van een Europees systeem voor alternerende opleidingen op basis van de beste praktijken op dit gebied in de lidstaten. Dat zou de mobiliteit van de Europese werknemers - ook die over de grenzen heen - bevorderen, wat bijdraagt tot groei door tegemoet te komen aan de vraag naar arbeidskrachten in de lidstaten.

We geloven dat de onderwijs- en opleidingsprogramma's beter afgestemd moeten zijn op de behoeften van de evoluerende arbeidsmarkten. We vragen de Europese Commissie en de lidstaten om ICT- en STEM-opleidingen en -onderwijs te bevorderen om zowel de huidige als de toekomstige werknemers de nodige digitale vaardigheden bij te brengen. Ook duale onderwijsprogramma's en de combinatie van onderwijs en stages moeten worden aangemoedigd. We steunen programma's die werkloze jongeren digitale vaardigheden bijbrengen, zoals open onlinecursussen, en we staan ook achter soortgelijke programma's voor 50-plussers en actieve senioren. De huidige onderwijsmethodes moeten worden aangevuld met praktische cursussen, zoals coderen op school, en de nodige technologische basiskennis op school en aan de universiteit. We vinden dat we in de Europese landen hoogopgeleide, talentvolle en productieve arbeidskrachten moeten vormen, behouden en aantrekken en dat we gunstige voorwaarden moeten scheppen om een braindrain te voorkomen.

Bovendien moeten er maatregelen worden getroffen om de erkenning van kwalificaties en diploma's in heel Europa te verbeteren, ook diploma's en onlinecertificaten die worden uitgereikt door open onlinecursussen voor een groot publiek, en moet niet-formeel leren meer erkenning krijgen, zodat beroepsmensen hun kennis en vaardigheden in heel Europa ten nutte kunnen maken. We moedigen de Commissie ook aan om ESCO, het instrument voor vaardigheden, kwalificaties en beroepen, af te stemmen op de andere Europese kwalificatie-instrumenten, zoals het EKK, Europass, het Ecvet en Eures, die worden gebruikt in het onderwijs, beroepsopleidingen en eerder verworven vaardigheden.

1.3 Een inclusieve arbeidsmarkt

We vragen extra maatregelen voor de integratie van 50-plussers op de arbeidsmarkt, in het bedrijfsleven, het onderwijs en opleidingen, om langdurige werkloosheid en het risico van sociale uitsluiting van deze werknemers en hun gezin te voorkomen. Ook willen we discriminatie op de arbeidsmarkt op grond van leeftijd bestrijden en een leeftijdvriendelijk klimaat bevorderen.

We zijn voorstander van maatregelen die langdurige werkloosheid - de belangrijkste oorzaak van sociale uitsluiting - aanpakken. Daarom steunen we de nieuwe aanbeveling van de Raad betreffende langdurige werkloosheid. We zijn vragende partij van een integratie-initiatief opdat alle werkzoekenden die meer dan twaalf maanden werkloos zijn een individuele beoordeling zouden krijgen en een werkintegratieovereenkomst die herintegratie op de arbeidsmarkt mogelijk maakt voordat er achttien maanden werkloosheid verstreken zijn.

De effectieve integratie van erkende vluchtelingen en reguliere migranten is een essentiële opdracht die absoluut noodzakelijk is voor een functionerend, modern, sociaal Europa. We willen beroeps- en schoolopleiding en stages gebruiken om het potentieel van individuen in kaart te brengen en hun integratie te bevorderen, als deel van een tweerichtingsproces.

1.4 Digitale banen

De economie en de arbeidsmarkt ondergaan veranderingen ten gevolge van de digitalisering en de bredere toepassing van innovatieve, productievere, toegesneden en doeltreffende technologieën en diensten. Volgens ons zijn er op de digitale markt veel tewerkstellingsmogelijkheden en we vragen alle betrokkenen om de ontwikkeling van nieuwe digitale banen in Europa te stimuleren. De grote coalitie voor ICT-banen, die samen met de privésector is opgezet, is in dat opzicht bemoedigend. We moedigen ook strategieën aan die gericht zijn op het dichten van de digitale kloof en het bevorderen van de gelijke toegang tot nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, met name voor mensen voor wie armoede en sociale uitsluiting dreigt.

1.5 Ondernemerschap

We moeten een cultuur van ondernemerschap blijven ontwikkelen, zowel in de maakindustrie als in familiebedrijven, kmo's/het mkb en micro-ondernemingen, door de ondernemingszin te prikkelen en de bijbehorende kennis, vaardigheden en competenties te stimuleren. Daarom steunen wij initiatieven zoals het 'plan-Juncker', microfinanciering en andere EU-mechanismen, en stimulansen voor zelfstandigen. Wij geloven dat bedrijven en ondernemingen - grote en kleine - groei aanjagen en werkgelegenheid verschaffen. Daarom moeten ze volgens ons kunnen gedijen in een concurrerend klimaat zonder belemmeringen, waar ze vlot toegang krijgen tot financiering zodat ze zich probleemloos kunnen vestigen en banen kunnen creëren. We zijn voorstander van een verschuiving van de lasten op arbeid naar een gedifferentieerd belastingstelsel dat op een bredere basis berust. Er moet meer aandacht worden besteed aan een verschuiving van directe naar indirecte belastingen. We zijn een groot voorstander van de ontwikkeling van belastingmodellen en vereenvoudigde belastingprocedures ten gunste van kmo's/het mkb, ondernemers, micro-entiteiten en startende ondernemingen.

2. Versterking van de sociale samenhang en meer sociale investeringen voor de Europese burgers

Opwaartse sociale convergentie is een eerste voorwaarde voor een duurzaam, modern en sociaal Europa dat de moderne economische en maatschappelijke uitdagingen aan kan gaan. Deze convergentie is van essentieel belang om gunstige voorwaarden voor de gezinnen in Europa te creëren, en om te komen tot banencreatie, de verbetering van de arbeidsomstandigheden en de levensstandaard, adequate sociale bescherming, en sociale vooruitgang binnen een sterk concurrerende sociale markteconomie. We zijn van mening dat opwaartse sociale convergentie noodzakelijk is voor duurzame economische groei en ze een doeltreffend en billijk wetgevings- en beleidskader vereist, evenals een verantwoord begrotingsbeleid in alle Europese regio's om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te behalen.

2.1 Inkomen en loon in Europa

We vinden dat alle burgers en gezinnen in Europa het recht hebben op een inkomen of steun waarmee ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De behoeften van de EU-burgers in kaart brengen is de eerste stap naar sociale rechtvaardigheid en duurzame demografische ontwikkeling. Sociale ondersteuningsmechanismen moeten garanderen dat mensen niet te lang afhankelijk blijven van de maatschappij en moeten hen stimuleren om een opleiding te volgen of de arbeidsmarkt te betreden.

Alle Europese werknemers verdienen het recht op een loon waarvan ze fatsoenlijk kunnen leven. Het is alarmerend dat momenteel niet minder dan 8,9 % van de Europese werknemers het risico loopt in armoede te belanden. We vragen dat er doeltreffende maatregelen worden uitgewerkt en toegepast om deze situatie recht te zetten. Die maatregelen moeten door de lidstaten worden uitgewerkt met respect voor hun gewoonten, tradities en budgettaire mogelijkheden, en met inachtneming van hun sociaal-economische realiteit en de standpunten van de sociale partners, begunstigden en andere belanghebbenden. We geloven dat een bruisende arbeidsmarkt essentieel is om voor iedereen een hoger loon en betere sociale bescherming te verkrijgen.

2.2 Armoedebestrijding

De EVP-Fractie wil niemand in de marge van de samenleving duwen. Voor de periode 2014-2020 is meer dan 3,8 miljard euro uitgetrokken voor het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD). Daarom vragen we alle betrokkenen om de beschikbare middelen te gebruiken om het armoederisico zo doeltreffend mogelijk terug te dringen. In een eerste stap vragen we om maatregelen om mensen in armoede eerste hulp te verlenen, en hen daarna te begeleiden met een individueel traject naar een autonoom en waardig leven, via hun integratie op de arbeidsmarkt. We vinden ook dat er daarbij een grotere klemtoon moet liggen op door de kerk georganiseerde activiteiten die doeltreffende en belangrijke bijdragen kunnen leveren.

Ouderen, vooral vrouwen, mogen niet worden vergeten. Vooral oudere vrouwen lopen een hoog risico om in armoede terecht te komen gezien de zeer grote genderkloof op het gebied van pensioenen. Daarom moedigen wij de lidstaten aan om specifieke maatregelen in te voeren, zoals punten voor de perioden waarin iemand de zorg voor anderen op zich heeft genomen, minimum- en overlevingspensioenen/nabestaandenuitkeringen en om beste praktijken op dit vlak uit te wisselen.

We vragen de Europese Commissie en de lidstaten om de bestaande instrumenten aan te passen om gezinnen waar niemand een baan heeft beter te bereiken, zodat deze gezinnen meer kansen krijgen op sociale integratie en tewerkstelling. Deze instrumenten vormen samen met de bestaande beste praktijken in de lidstaten bovendien een belangrijk middel om kinderarmoede in Europa terug te dringen.

We geloven in de mogelijkheden van de sociale en "solidariteitseconomie" om een aantal maatschappelijke vraagstukken op een innovatieve en kostenefficiënte manier aan te pakken. Daarom stellen we voor dat de Commissie de sociale investeringen nieuw leven inblaast.

2.3 Evenwicht werk-privéleven

We geloven dat in alle lidstaten infrastructuur nodig is voor kinderopvang dicht bij huis om mensen de kans te geven een evenwicht te vinden tussen hun werk en privéleven. We vragen ook om de toegang tot zorgverlening voor ouders, gezinnen en kwetsbare personen te verbeteren. We steunen werkgevers die hun gevoeligheid voor dergelijke kwesties laten blijken op een manier die de organisatie ten goede komt, maar die vooral werknemers in staat stelt een evenwicht te vinden tussen hun werk en privéleven. We erkennen dat moeders en vaders in onze samenleving een cruciale rol vervullen en verwelkomenhet door de Commissie aangekondigde initiatief om de grotere deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt te stimuleren. Dit moet worden bewerkstelligd door de belemmeringen weg te werken die een beter evenwicht tussen het werk en privéleven in de weg staan. Dat zal in het voordeel zijn van individuen/gezinnen en bedrijven.

We erkennen het belang van zorg voor kinderen en andere familieleden die zorg behoeven. We steunen alle maatregelen in de lidstaten die de waarde van het onbetaalde werk van verzorgers erkennen en we zijn van mening dat dit werk moet worden erkend in de pensioenstelsels, zodat de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen wordt gedicht.

Gezond ouder worden moet centraal staan bij het formuleren van beleidslijnen, vanaf de kindertijd, om de levenskwaliteit op latere leeftijd te verbeteren. Daarbij moeten hoge eisen worden gesteld aan gezondheid en veiligheid op het werk, tijdens het hele arbeidsleven.

3. Een degelijk wetgevings- en beleidskader

We eerbiedigen de Verdragen die de EU, conform het subsidiariteitsbeginsel, (uit hoofde van de artikelen 151 tot en met 161 van het VWEU) het recht geven de activiteiten van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen op het gebied van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers, de arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en sociale bescherming van werknemers, de informatie en de raadpleging van werknemers, de integratie van kansarmen en burgers van derde landen die legaal op het grondgebied van de Unie verblijven.

We vinden dat de Europese arbeids- en sociale wetgeving sociale minimumnormen moet vaststellen voor heel Europa om een gelijk speelveld tot stand te brengen voor alle burgers en bedrijven in de EU en om de sociale en regionale samenhang in Europa te versterken, ook in de ultraperifere gebieden. We zijn er ons echter van bewust dat de Europese wetgeving moet zorgen voor een evenwicht tussen de behoeften van de verschillende lidstaten, sectoren, werknemers en rechten van de burgers. De invoering van nieuwe normen op Europees niveau moet gerechtvaardigd en evenredig zijn, uitgaan van een grondige, empirisch onderbouwde evaluatie en van respect voor de nationale gebruiken en tradities.

We zijn voorstander van arbeidsmarkthervormingen die de integratie van werkzoekenden op de arbeidsmarkt aanmoedigen, de interne en externe flexibiliteit voor werkgevers verbeteren en werknemers zekere en duurzame sociale bescherming bieden. Dergelijke hervormingen moeten streven naar een evenwicht tussen ambitieuze normen voor de bescherming van werknemers en meer kansen voor mensen om de arbeidsmarkt opnieuw te betreden.

Europa moet zich aan zijn beloftes houden en loze beloftes vermijden. De EVP-Fractie vraagt een agenda voor slimme regelgeving om de correcte handhaving en toepassing van de sociale wetgeving van de EU te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat de beschikbare geldmiddelen bij de juiste ontvangers terechtkomen. We onderstrepen dat sociale dialoog een essentieel element blijft van onze sociale markteconomie, in het hele proces voor slimme regelgeving, overeenkomstig de artikelen 9 en 152 van het VWEU.

Deze agenda moet alomvattend zijn en rechtstreeks worden gekoppeld aan het Europees semester. Zij moet de gezamenlijke analyse en vaststelling van strategieën voor de sociale en economische dimensies van de lidstaten consolideren, met nadruk op de verzoening van deze criteria.

We erkennen dat de opname van werkgelegenheidsindicatoren in de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden een beter beeld geeft van de werkgelegenheid en sociale ontwikkelingen in het Europees semester. We willen deze indicatoren graag dezelfde status geven als de andere kernindicatoren, zodat ze kunnen leiden tot diepgaande analyses op basis waarvan, zo nodig, de resultaten van het werkgelegenheids- en sociaal beleid kunnen worden verbeterd via de nodige structurele hervormingen.

3.1 Sociale bescherming van werknemers

De EVP-Fractie steunt verantwoorde en effectieve beleidsmaatregelen ten gunste van sociale bescherming, die gestoeld zijn op rechten en plichten. De lidstaten moeten ook de sociale bescherming van werknemers met betrekking tot pensioenen garanderen. Dit door te voorzien in overheidspensioenen die toereikend zijn om een waardige levensstandaard te behouden en die ouderen beschermen tegen armoede, en door aanvullende pensioenregelingen die aan arbeidsovereenkomsten gekoppeld zijn, te promoten als aanvullende dekking. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel dienen de lidstaten volledig verantwoordelijk te blijven voor de organisatie van hun pensioenstelsels en voor de besluitvorming inzake de rol van elke pensioenpijler in de individuele lidstaten. Er dient echter een Europees pensioentraceersysteem te worden ingesteld.

Gezien de stijgende levensverwachting in alle lidstaten, die om de tien jaar gemiddeld met 2,5 jaar toeneemt, en de demografische evolutie in Europa, vragen we de lidstaten om dringend de nodige structurele veranderingen aan te brengen, ook aan de pensioenstelsels, om te zorgen voor duurzame sociale zekerheid voor iedereen en solidariteit tussen de generaties.

We verdedigen langlopende overeenkomsten als de standaard, hetgeen met de passende maatregelen kan worden gestimuleerd. Deeltijds werk, uitzendarbeid, seizoensarbeid en andere contracttypes zijn ook nodig om bedrijven en werknemers voldoende keuze aan contractuele regelingen te geven. Niettemin vragen we maatregelen om ervoor te zorgen dat elk contracttype dat aan een werknemer wordt aangeboden overeenstemt met diens engagement en plichten en geen kwestie is van misbruik of speculatie. We geloven dat diversiteit, flexibiliteit en veiligheid zowel voor de werknemers als de werkgevers van grote waarde zijn.

We steunen maatregelen ter bestrijding van onzekere banen en van zwartwerk in al zijn vormen. Voor ons verwijst het begrip 'onzekere baan' naar tewerkstelling die zich niet houdt aan de Europese en nationale normen, met name op het vlak van gezondheid en veiligheid op het werk, en/of die onvoldoende middelen aanreikt voor een waardig leven of degelijke sociale bescherming.

We vragen een vereenvoudigde en doeltreffender reeks voorschriften inzake gezondheid en veiligheid op het werk en we vragen een verbetering van de capaciteit van kmo's/het mkb en micro-ondernemingen om effectieve en efficiënte risicopreventiemaatregelen in te voeren, zoals vastgesteld door de Europese en nationale wetgeving, waarbij bovendien de rechten van de werknemers worden geëerbiedigd. We wijzen er met klem op dat werknemers die een baan van de nieuwe generatie hebben het recht hebben op een correcte bescherming van hun gezondheid en veiligheid die is aangepast aan de nieuwe omstandigheden.Dit bijvoorbeeld om stress, burn-out en spier-pees-bot-letsels tegen te gaan. We willen ook de kans aangrijpen die de digitalisering van banen ons biedt om zekere, flexibele werktijdregelingen in te voeren die zorgen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven.

3.2. Gelijke kansen

We hameren op de verbetering van de inclusiviteit van de Europese arbeidsmarkt en steunen daarom maatregelen die de lacunes in de Europese anti-discriminatiewetgeving op het vlak van tewerkstelling kunnen dichten, voornamelijk ten aanzien van mensen met een beperking. Daarnaast steunen we de onmiddellijke tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/78/EG van de Raad voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

De EVP-Fractie maakt zich sterk voor volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het vlak van lonen en pensioenen, en op het vlak van loopbaanontwikkeling in elke lidstaat. We vragen doelgerichte maatregelen om de arbeidsdeelname van vrouwen op te trekken en zo de nog steeds bestaande genderkloof van 11,5 % in de tewerkstelling te dichten en de vaardigheden en competenties van vrouwen op de arbeidsmarkt volledig te kunnen benutten.

3.3 Mobiliteit van werknemers

Mobiliteit ligt mede ten grondslag aan de concurrentiekracht van de eengemaakte markt. Aan het EU-grondbeginsel van vrij verkeer van personen mag niet worden getornd. Daarom staan wij voor het vrij verkeer van werknemers en mobiliteit volgens duidelijke EU-voorschriften betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Tegelijkertijd mogen we geen misbruik, fraude of een ontoereikende handhaving van de bestaande EU-wetten dulden.

We vragen de lidstaten om in de Europese Unie een gelijk speelveld tot stand te brengen. In dit verband vragen we een actieplan om de tekortkomingen in de huidige voorschriften weg te werken, om sociale dumping in het kader van illegale sociale praktijken te bestrijden en om doeltreffende controles uit te voeren. We vragen de lidstaten om een centraal aanspreekpunt en een nationale website op te richten om grensarbeiders te informeren, assisteren en adviseren over de fiscale gevolgen en de gevolgen voor de sociale zekerheid van het werken in een andere lidstaat.

Misbruik en fraude kunnen alleen worden aangepakt als de EU en de nationale wetgever voorzien in een effectief, afdwingbaar en passend wettelijk kader op basis van wederzijdse samenwerking, terwijl de lidstaten de controles moeten verbeteren en garanderen dat deze evenredig, gerechtvaardigd en niet-discriminerend zijn. Legitieme en legale fraudebestrijding mag echter niet als voorwendsel worden gebruikt om de bepalingen van de Verdragen op de helling te zetten, waaronder het beginsel van vrij verkeer van personen en diensten waarbij burgers van een andere lidstaat en burgers van de gastlidstaat gelijk moeten worden behandeld.

We  verwelkomen de plannen van de Commissie om de tekortkomingen op te sporen en aan te pakken in de coördinatie van het minimale recht op verstrekkingen van de sociale zekerheid in heel Europa aan de hand van een aanpassing van Verordening 883/2004 en Toepassingsverordening 987/2009 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. We moeten voorkomen dat de aanpassing van de wetgeving betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels wordt gebruikt als middel om oneerlijke concurrentie in de hand te werken.

We realiseren ons dat er nog altijd problemen bestaan met de toepassing van de detacheringsrichtlijn. In dit verband vragen we dat de lidstaten, om misbruik te voorkomen, de handhavingsrichtlijn detachering werknemers tijdig uitvoeren en willen we een consequente analyse van de effecten van die uitvoering. De Commissie heeft de publicatie van het arbeidsmobiliteitspakket aangekondigd, met daarin een doelgerichte herziening van de detacheringsrichtlijn. We dringen erop aan dat, als dit proces van start gaat, alleen de nodige onopgeloste elementen worden behandeld om ervoor te zorgen dat werknemers een rechtvaardige behandeling krijgen, en de ondernemingen een gelijk speelveld. Een herziene richtlijn moet de vrije dienstverrichting verder blijven bevorderen. Alle voorgestelde maatregelen moeten duidelijk, evenredig, niet-discriminerend en gerechtvaardigd zijn en de verschillende loonvormingsmechanismen in de lidstaten eerbiedigen. Voor striktere controles ter bestrijding en voorkoming van misbruik vragen we betere grensoverschrijdende samenwerking tussen de verantwoordelijke inspectiediensten en de elektronische uitwisseling van informatie en gegevens.

Waar wij voor staan

No result