Veiligheid voor de Unie en haar burgers: op weg naar een Europese defensie-unie

Deze inhoud is ook beschikbaar in

De op regels gebaseerde internationale orde die door liberale democratieën tot stand is gebracht, wordt geconfronteerd met ongekende uitdagingen. Ondertussen blijft de veiligheidssituatie in de buurlanden van de EU onzeker. Van het zuiden tot het oosten van Europa is sprake van een boog van instabiliteit.

In het zuiden grijpt de instabiliteit om zich heen, voornamelijk als gevolg van falende of fragiele staten waarin onbestuurde gebieden ontstaan, en schieten terroristische en criminele organisaties als paddenstoelen uit de grond. In het oosten houdt de Russische oorlog tegen Oekraïne aan, evenals de illegale annexatie van de Krim. Hybride tactieken, waaronder cyberterrorisme, informatieoorlogen, energiebeleid en de pijplijn Noordstroom 2 zijn ontworpen om niet alleen de landen van het Oostelijk Partnerschap, maar ook westerse democratieën te destabiliseren. De spanningen op de Westelijke Balkan nemen toe.

De migratiecrisis aan de zuidelijke en zuidoostelijke grenzen stelt de EU en haar lidstaten voor enorme uitdagingen. De zorgen om onze veiligheid moeten gezamenlijk worden aangepakt. De externe en interne bedreigingen voor de veiligheid zijn momenteel sterk vervlochten.

Brexit en de onzekerheden veroorzaakt door de nieuwe Amerikaanse regering, maken de mondiale veiligheidssituatie nog gecompliceerder. Wij staan pal achter de trans-Atlantische gemeenschap van gemeenschappelijke waarden en belangen, die het belangrijkste instrument zal zijn voor het handhaven van de veiligheid in Europa in de nabije toekomst. Een versterkte samenwerking en coördinatie in de EU op het gebied van veiligheid en defensie zal niet ten koste gaan van de NAVO, maar zal die aanvullen, versterken en de doeltreffendheid van de trans-Atlantische samenwerking aanzienlijk verhogen. Vrede en veiligheid kunnen niet langer als vanzelfsprekend worden beschouwd.

Volgens de meest recente gegevens van het Europees Defensieagentschap voor 2015 (schatting) beschikken de strijdkrachten van de lidstaten samen over 1,4 miljoen soldaten, wat meer is dan de Verenigde Staten. De lidstaten geven meer dan 200 miljard euro uit aan defensie. Deze uitgaven zijn veel minder doeltreffend dan die in de Verenigde Staten. Het gebrek aan samenwerking, coördinatie, synergieën, ernstige overlappingen en versnippering dragen hiertoe bij. Dit leidt tot verspilling van belastinggeld en verzwakt onze inspanningen op het gebied van een gemeenschappelijke defensie.

We moeten de volledige reeks beleidsinstrumenten toepassen: van zachte tot harde macht en van maatregelen op korte termijn tot een langetermijnbeleid op het gebied van traditioneel buitenlands beleid, waaronder bilaterale en multilaterale inspanningen op het gebied van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, noodhulp, crisispreventie en strategieën na conflicten, maar ook op het gebied van het handhaven en afdwingen van vrede. Burgers maken zich steeds meer zorgen over de veiligheid en verwachten dat de Unie bescherming biedt. Het is daarom hoog tijd dat de EU meer verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen veiligheid.

Tot nu toe geleverde inspanningen van de EU-instellingen

Allereerst willen we de meer dan vijfduizend burgers en militairen bedanken voor hun dagelijkse dienst tijdens GVDB-missies en -operaties op drie continenten. In het kader hiervan blijven wij ons sterk maken voor het doel om ten minste 2 % van het bbp uit te geven aan defensie, maar ook voor betere uitgaven aan de hand van meer gemeenschappelijke defensieprojecten. De EU beschikt reeds over uitstekende civiele deskundigen en moet in staat zijn hen snel in te zetten. Een snelle reactie is een doeltreffende reactie. Er moet een Europese civiele beschermingsmacht in het leven worden geroepen om snel te reageren op rampen. Verder moet een gemeenschappelijke Europese cyberbrigade het hoofd kunnen bieden aan toenemende cyberdreigingen voor de Europese en nationale ICT-infrastructuur die het normale functioneren van instellingen in gevaar brengen. Deze missies vormen de gemeenschappelijke bijdrage van Europa tot de veiligheid van onze burgers. Met het oog op de ondersteuning van onze militairen zijn wij verheugd over de toename van de uitgaven van de lidstaten voor defensie. Deze trend moet gaande worden gehouden, worden versterkt en worden gecoördineerd op Europees niveau.

De goedkeuring van de integrale EU-strategie in juni 2016 was een mijlpaal in de versterking van de Europese defensie. We kijken uit naar de snelle en volledige uitvoering hiervan door de EU-instellingen en de lidstaten.

We zijn verheugd over de presentatie van het Europees defensieactieplan door de Europese Commissie en de presentatie van het nieuwe defensiepakket van 7 juni 2017, dat bijdraagt tot de verbetering van de militaire capaciteiten van de lidstaten. In haar discussienota over de toekomst van de Europese defensie heeft de Europese Commissie, samen met een toenemend aantal lidstaten, toegezegd de Europese defensie-unie op te richten. De EVP-Fractie pleit hier al geruime tijd voor.

Wij verwachten dat belangrijke stappen voor de uitvoering worden genomen, rekening houdend met de behoeften van de nationale strijdkrachten. Op basis van de toezeggingen die wij in het verleden hebben gedaan, bieden wij onze volledige ondersteuning aan de start van een proefproject en een voorbereidende actie inzake defensieonderzoek van de EU. Die moeten dienen als stimulans voor toekomstige Europese samenwerkingsprogramma's. De voorgenomen gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD) kan dit doel dienen door de capaciteitsopbouw te bevorderen, tekortkomingen aan te pakken en een optimaal gebruik van de nationale plannen voor defensie-uitgaven te waarborgen.

De recente inspanningen van de lidstaten en de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en vicevoorzitter van de Commissie voor de oprichting van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) zijn een stap in de goede richting. PESCO is een speciaal instrument voor verbeterde, rationele en efficiënte samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie (bijvoorbeeld de oprichting van een militair Schengen). PESCO brengt lidstaten samen die gezamenlijk capaciteiten kunnen ontwikkelen en kunnen investeren in gedeelde projecten of multinationale formaties kunnen creëren. Deze samenwerking moet leiden tot een hoger niveau van gezamenlijke ambities ten aanzien van defensie.

We zijn verheugd over de recente oprichting van het militair plannings- en uitvoeringsvermogen (MPCC) als de kern van een permanent EU-hoofdkantoor. We waarderen het initiatief inzake de Capaciteitsopbouw voor veiligheid en ontwikkeling (CBSD). Dankzij dit initiatief kan de EU financiële ondersteuning bieden voor capaciteitsopbouw en de verbetering van de weerbaarheid van partnerlanden.

De recente gezamenlijke verklaring van de EU en de NAVO heeft het potentieel om de samenwerking naar een hoger niveau te tillen. We zijn verheugd over de goedkeuring van 42 gezamenlijke EU-NAVO-initiatieven die zijn gericht op het versterken van zowel de samenwerking als de coördinatie tussen de twee organisaties, maar ook op het waarborgen van de veiligheid van Europese burgers. We verwachten dat de lidstaten van beide organisaties bereid en in staat zullen zijn om samen te werken op gebieden die cruciaal zijn voor de veiligheid van onze burgers.

We erkennen dat de lidstaten om historische redenen uiteenlopende standpunten innemen ten aanzien van het veiligheids- en defensiebeleid en dat in verschillende EU-verdragen protocollen zijn vastgesteld waarin dit feit wordt erkend.

In het licht van bovenstaande wil de EVP-fractie dat:

  • de EU-instellingen en de lidstaten deze keer hun verbintenissen nakomen ten aanzien van de verbetering van de veiligheid van onze burgers. Het is belangrijk dat de lidstaten hun niveau van vertrouwen versterken en de gezamenlijk geformuleerde politieke wil tot uitvoering brengen; de EU voegt aan het veiligheidsstelsel haar unieke ervaring als zachte macht toe, maar moet haar harde macht blijven versterken;
  • de EU-lidstaten profiteren van synergie-effecten als gevolg van meer samenwerking en coördinatie op het gebied van defensie (bijvoorbeeld defensieplanning, onderzoek en ontwikkeling, de plaatsing van opdrachten, onderhoud en consolidatie van de wapenindustrie). Dit kan leiden tot aanzienlijke besparingen die middelen vrijmaken voor andere langetermijninvesteringen;
  • de EU-instellingen en de lidstaten hun inspanningen versterken om een gemeenschappelijk defensiebeleid van de Unie te ontwikkelen (artikel 42, lid 2, VEU). In een ruimte waarin sprake is van vrij verkeer voor personen, goederen, diensten en kapitaal kan de veiligheid niet door de lidstaten alleen worden gewaarborgd. De lidstaten moeten samen, als één team, plannen en vervolgens besluiten welke bijdrage elke afzonderlijke staat zal leveren. Zo moet de strategische autonomie van Europa worden gehandhaafd en een gemeenschappelijke defensie worden ontwikkeld;
  • de huidige integrale EU-strategie leidt tot een EU-witboek inzake veiligheid en defensie en de vaststelling van een stappenplan met realistische en praktische stappen op weg naar de oprichting van een Europese defensie-unie. Deze Unie moet een sterkere afstemming van strategische culturen aanmoedigen, evenals een gemeenschappelijk begrip van dreigingen, dat op zijn beurt de ontwikkeling vereist van gezamenlijke capaciteiten voor situationeel bewustzijn. Het witboek moet ons strategisch denken verbinden met de ontwikkeling van militaire capaciteiten;
  • de EU zich ertoe verbindt nieuwe structuren en mechanismen op te richten of het voor bestaande structuren en mechanismen mogelijk te maken om de lidstaten beter te ondersteunen bij een nauwere samenwerking op militair gebied;
  • de EU-lidstaten een concurrerende en innovatieve industriële defensiebasis bevorderen. Wij pleiten voor de uitwerking van een Europees vermogens- en bewapeningsbeleid als overkoepelend beleid voor de interne aspecten van de GVDB-inspanningen; dit beleid moet een kader bieden voor lopende inspanningen ter vaststelling van ondersteunende maatregelen en synergieën op het gebied van defensieonderzoek, de plaatsing van opdrachten voor capaciteitsontwikkeling, en ruimtevaart (bijvoorbeeld capaciteiten voor observatie vanuit de ruimte, drones, capaciteiten voor cyberdefensie, grote gevechtstanks en gevechtsvliegtuigen);
  • de lidstaten en de Europese Commissie een succes maken van het voorgenomen Defensiefonds, dat leidt tot de prioritering van een EU-begroting voor veiligheid en defensie in het volgende meerjarig financieel kader (MFK); het Europees Defensiefonds moet de beschikking krijgen over voldoende middelen, waarbij de geplande 500 miljoen euro per jaar voor onderzoek en 1 miljard euro voor ontwikkeling en acquisities het absolute minimum zijn;
  • het Europees Parlement en de Raad de ontwerpverordening voor een industrieel programma voor de Europese defensie snel goedkeuren met het oog op een operationeel GVDB. Er is behoefte aan doortastende uitvoeringsmaatregelen waarin wordt vastgesteld hoe de EU kan bijdragen tot het financieren van samenwerkingsprojecten die zijn gericht op een betere defensie;
  • de Europese Commissie een directoraat-generaal voor defensie in het leven roept, binnen de bevoegdheden van de HV/VV, om de interne defensiemaatregelen van de EU te coördineren teneinde een efficiënte defensiemarkt en een werkende Europabrede regeling voor de voorzieningszekerheid te waarborgen; een interne markt voor defensie zou belangrijk onderzoek bevorderen, evenals de opkomst van startende ondernemingen, zodat de essentiële technologieën worden ontwikkeld die Europa nodig heeft om de uitdagingen op veiligheidsgebied aan te kunnen gaan;
  • de lidstaten de nationale uitgaven voor defensie verder verhogen tot 2 % van het bbp van de EU. Het bereiken van strategische autonomie voor Europa vereist meer uitgaven voor onze defensie;
  • de strategische autonomie van Europa wordt gehandhaafd, zodat Europa wanneer dit nodig is alleen kan optreden. Dit betekent dat de lidstaten beter en meer gezamenlijk moeten uitgeven voor defensie, met name voor gemeenschappelijke aanbestedingsprojecten, standaardisering en certificering, met gebruik van het bestaande kader. De defensie-instrumentaria van de lidstaten moeten op elkaar worden afgestemd, zoals voorzien in het kader van CARD;
  • de EU in vredestijd gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheden om defensie-inspanningen te financieren, zoals opleiding en onderwijs, de plaatsing van opdrachten en onderhoud, infrastructuur of onderzoek, technologie en ontwikkeling; de EU-lidstaten moeten een politieke wil tonen, meer investeren, informatie delen en synergieën creëren om Europeanen beter te beschermen;
  • de EU, gezien de complexiteit en versnippering van de informatiesystemen op Europees niveau voor grenscontrole en veiligheid, manieren aanmoedigt om de interconnectie en interoperabiliteit van de informatiesystemen te verbeteren en overlapping te voorkomen; de EU moet een doeltreffender en doelmatiger gegevensbeheer bevorderen en tegelijkertijd een Europese veiligheidsindustrie stimuleren om haar buitengrenzen beter te beschermen en terrorisme te bestrijden;
  • de Europese Commissie en de medewetgevers inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat de financiële markten van de EU niet worden gebruikt door terroristische organisaties om hun terroristische activiteiten of hun bestaan te financieren (ECON);
  • de EU civiel-militair en defensieonderzoek en technologieprojecten financiert die toekomstige Europese samenwerkingsprogramma's mogelijk maken in het kader van het Europees Defensieagentschap (EDA) of andere uitvoerende agentschappen; technologische vooruitgang en de sterke toename aan gebruikers hebben ertoe geleid dat cybercriminaliteit en het gebruik van het internet door terroristen een nieuwe grens zijn geworden op het gebied van oorlogsvoering;
  • enkele Europese samenwerkingsprogramma's worden opgestart met het oog op NAVO-programma's zoals het "Ballistic Missile Defence for Europe" of het "Alliance Future Surveillance and Control System", zodat een rechtstreekse betrokkenheid van de Europese industrie in NAVO-programma's kan worden gewaarborgd en zodoende de Europese rol in de NAVO en de strategische autonomie van Europa  te versterken;
  • er in het volgende MFK een programma voor defensieonderzoek komt. EU-financiering moet als extra middel een aanvulling vormen op nationale investeringen in onderzoek. We verwachten dat binnen het volgende MFK een specifiek programma wordt opgezet voor toekomstige onderzoeksactiviteiten op het gebied van defensie;
  • de permanente gestructureerde samenwerking, die de hoeksteen is geworden van de toekomstige defensie-unie, ook dient ter coördinatie van geïsoleerde eilanden van militaire samenwerking binnen Europa, maar niet alleen wordt gezien als instrument voor de coördinatie van projecten;
  • de lidstaten ten aanzien van de deelname aan het Europees Defensiefonds, het Europees defensieactieplan en PESCO verduidelijken hoe tegelijkertijd gezorgd kan worden voor een brede deelname en een hoog niveau van ambitie en engagement;
  • de EU het volledige potentieel van de Verdragen vrijmaakt op het gebied van veiligheid en defensie (artikel 41 VEU – startfonds; artikel 42 VEU – bepaling inzake collectieve zelfverdediging; artikel 44 VEU – toevertrouwen van GVDB-missies aan een groep lidstaten; artikel 222 VWEU – solidariteitsclausule);
  • de lidstaten een volledige verdeling van de lasten toepassen op operaties en missies in het kader van het GVDB door middel van een verbeterde gemeenschappelijke financiering, zodat lidstaten worden aangemoedigd om bij te dragen met capaciteiten en strijdkrachten en niet worden tegengehouden door hun financiële beperkingen; het is cruciaal dat het Athenamechanisme voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van de militaire operaties van de EU en toekomstige inzetten van EU-gevechtsgroepen wordt herzien. De partnerschappen en samenwerking met landen die de waarden van de EU delen, kunnen bijdragen tot de doeltreffendheid en de impact van GVDB-operaties en -missies;
  • de EU een volwaardig civiel-militair strategisch hoofdkwartier opricht, bestaande uit het huidige civiel plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC), het militair plannings- en uitvoeringsvermogen (MPCC) en het directoraat Crisisbeheersing en Planning (CMPD), in het kader van de Europese Dienst voor extern optreden (EEAS);
  • de EU haar inspanningen als regionale garant van de veiligheid uitbreidt en een sterke Europese pijler van de NAVO wordt. De bescherming van Europa zal een wederzijds versterkende verantwoordelijkheid van de EU en de NAVO worden. We moeten de synergieën tussen de EU en de NAVO versterken en onnodige overlappingen voorkomen;
  • de East StratCom Task Force van de EDEO wordt omgevormd tot permanente EU-structuur met passende financiering en aanzienlijk meer personeel.

Volgende stappen

Europese defensie kan niet langer de zwakste schakel zijn in het Europese integratieproces. Europeanen moeten hun lot in eigen handen nemen en de defensie van Europa versterken, voornamelijk aangezien de helft van de ondervraagde EU-burgers – volgens Eurobarometer 85.1 van juni 2016 – van mening is dat het EU-optreden ontoereikend is en twee derde van hen voorstander is van een sterker engagement van de EU door middel van toezeggingen van de lidstaten op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid.

In het huidige complexe veiligheidsklimaat kan de EU het zich niet veroorloven om langs de kant te blijven staan. Het vredesdividend behoort tot het verleden. Onze waarden en belangen worden uitgedaagd en het is tijd om een hoger ambitieniveau overeen te komen en in de praktijk te zetten. De EU verkeert in een unieke positie en kan met haar diverse externe beleidsinstrumenten op zowel civiel als militair vlak een actieve rol spelen. Om de vrede te kunnen verzekeren moeten we echter paraat zijn om snel, resoluut en vastberaden te handelen. De beste manier om hiervoor te zorgen is de toekomstige Europese defensie-unie.

Waar wij voor staan

No result